Opiumontheffing

De opiumwet maakt onderscheid in lijst I middelen (harddrugs) en lijst II middelen (softdrugs). In de opiumwet is vastgelegd dat het verboden is om middelen van beide lijsten:

  • binnen en buiten het grondgebied van Nederland te brengen
  • te telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren
  • aanwezig te hebben
  • te vervaardigen.

Een overzicht van de lijst I en II middelen vindt u in de Opiumwet.

U kunt een ontheffing van dit verbod aanvragen, dit wordt een opiumontheffing genoemd.

Voor wie is de ontheffing bedoeld?

De ontheffing is bedoeld voor bedrijven of instanties die activiteiten willen verrichten met de in de opiumwet bedoelde middelen.

Onder bepaalde voorwaarden is dit verbod niet van toepassing op apothekers, apotheekhoudende artsen en dierenartsen. Daarnaast is de wet niet van toepassing op door de overheid aangewezen instellingen en personen of instellingen die dergelijke geneesmiddelen in voorraad hebben voor de uitoefening van de geneeskunst, tandheelkunde of voor eigen geneeskundig gebruik (zie artikel 5 van de Opiumwet).

Een ontheffing wordt verleend voor de volgende doeleinden:

  • de volksgezondheid
  • de gezondheid van dieren (onderverdeeld in ontheffingen voor instructie van speurhonden en overige ontheffingen)
  • wetenschappelijk of analytisch-chemisch onderzoek
  • instructieve doeleinden
  • handelsgerelateerde doeleinden.

Wat is de juridische basis?

Artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de Opiumwet.

Bureau voor Medicinale Cannabis